Week 31

Het Erfgoedfestival – week 1

Deze twee weken vindt het Erfgoedfestival plaats. Het erfgoedfestival zijn twee lesweken met een gevuld programma waarbij je je als erfgoedstudent kan onderdompelen in masterclasses, workshops, excursies en verdiepende programma’s. Het doel is om de aankomend erfgoedprofessional te inspireren tot meer verdieping en verbreding in actuele erfgoed-issues. Het erfgoedfestival is voor studenten van jaar één en jaar twee.

Dit is een hele drukke week geweest waarin ik veel heb beleefd. Ga er lekker voor zitten. Pak er een kopje thee of koffie bij, en veel leesplezier!

Maandag begon met de opening bij het Conservatorium van Amsterdam (ook onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten). In een auditorium (The blue stage) van het gebouw werden we ontvangen. We hebben allemaal een programmaboekje gekregen met wat er vandaag en de komende weken ons te wachten staat.

De opening was leuk opgezet. Als thema was de nacht gekozen. In het welkomstwoord van onze docenten kwam het naar voren, maar ook in het gesprek met alumni Floyd Stips en bij het verhaal van maker Marjolijn van Heemstra. De opening was een leuke introductie waarin de hoofdthema’s van het festival terugkwamen; Innovatie, Activisme & Verbinding.

Het gesprek met alumni Floyd Stips ging over haar scriptie met het onderwerp ‘Erfgoed en Donkerte’. Het was superinteressant om het probleem van lichtvervuiling vanuit een ander perspectief te zien dan biologie. Hierbij werd het kunnen zien van de sterren en het ervaren van donkerte als erfgoed beschouwd.

Het andere gesprek was van Marjolijn van Heemstra. Toevallig heb ik vorige week al een klein beetje van haar werk gezien in de tentoonstelling Kosmos van het Teylers Museum. Ze heeft meerdere gedichten opgedragen, ook eentje die ze zelf geschreven heeft. Ze had veel te vertellen, zoals een scheppingsverhaal dat om licht draait. Maar ze vertelde ook over de nachtwandelingen die ze in verschillende plekken in Amsterdam doet. Tijdens zo’n wandeling ervaar je de nacht en het donkerst. Door het donker passen de zintuigen zich aan en ervaar je de wereld anders. Beide verhalen kwamen erop neer dat het donkerste en de sterren ons veel kan brengen en heel mooi kan zijn.

Als afsluiting werd er nog wat vertelt over het eindfeest van het festival, wat volgende week donderdag plaatst vindt. Na de opening in het conservatorium ben ik met een paar andere studenten door de stad gelopen naar ons eigen academie gebouw voor ons middagprogramma.

In de middag vonden workshops plaats, waar je voor één kon inschrijven. Omdat ik te laat was met inschrijven had ik maar keuze uit één workshop. Mijn programma bestond uit het volgen van een webinar over co-waarderen en het maken van een poster, en van tevoren had ik een informatie pakket ontvangen met voorbereidend leesmateriaal.

Co-waarderen

co-waarderen is een traject/ continu proces waarin niet-beroepsmatig betrokkenen samen met erfgoedinstellingen/ overheden een onderbouwde visie geven op de waarde van een object of collectie.

Het webinar was van het Lerend Netwerk Co-waarderen waar zowel mensen uit Nederland (RCE & RWA) als Vlaanderen (FARO) aan meewerken. Dit netwerk is recent opgezet tijdens de coronapandemie. Momenteel zijn ze bezig met het meer open opzetten van rollen bij co-waarderingstrajecten. In plaats van dat je als instelling of als gemeenschap een standaard rol aanneemt, vinden ze dat hier meer vrijheid in kan komen. Dit werd vergeleken met een saladebar/ buffet. Je kan als deelnemer zelf kiezen welke rol je op je wilt nemen, en die kun je eventueel wisselen. Hiermee willen ze de tweedeling doorbreken.

Ook vinden ze het belangrijk dat er rekening wordt gehouden van de leefwereld (praktijk) tegen over de systeemwereld (theorie). Ook kan je als je in een systeem zit minder open zijn, omdat je vanuit je systeem (aangeleerde hokjes, bijvoorbeeld van de visie van jouw instelling) denkt. Maar je moet breder denken en open staan, ook al gaat dat in tegen je systeem. Openheid en nieuwsgierigheid moet je voorop zetten. Je moet je bewust zijn van je positie en het ongemak aangaan.

Ook was er een vierdejaarsstudent bij de vertelde over haar stage, waarin ze een product aan het ontwikkelen is dat een soort houvast/ handleiding kan zijn voor het opstellen van een co-waarderingstraject en het participeren toegankelijk kan maken. Daarbij is het bijvoorbeeld belangrijk om van af het begin een open gesprek te hebben zonder druk of hiërarchie.

Het webinar ging heel snel, in 45 minuten werd er heel veel besproken. De poster opdracht was een beetje rommelig en onduidelijk. Vooral omdat we het zelfstandig moesten doen en er geen docent was om ons te helpen. De poster die we hebben ingeleverd hangen de rest van het Erfgoedfestival in de kantine op een waslijn, zodat andere mensen de posters kunnen lezen.


Voor het Verdiepende Programma op dinsdag heb ik mij ingeschreven voor het programma bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Alles vond plaat op hun kantoor in Amersfoort. Ik had een superdruk programma. Er was een gezamenlijk programma en je kon kiezen uit twee workshops!

Het gezamenlijke programma bestond uit een welkomstwoord, met daarna een paar lezingen. Ons programma vandaag stond in teken van roerend erfgoed (objecten die verplaats paar zijn). We hebben allemaal medewerkers ontmoet van verschillende afdelingen, en een paar Reinwardt stagiaires die bij de RCE stage lopen.

Na het welkomstwoord was er eerst een lezing van de stagiaires. Ze liepen alle drie op andere afdelingen stage en hebben aan verschillende projecten gewerkt. (De stage periode loopt volgende week af voor deze groep studenten). De eerste stagiaire liep mee op de afdeling Landschap, waarbij ze bezig is geweest met het verlies van erfgoed door klimaatverandering.
De tweede stagiaire heeft bij de afdeling Bibliotheek en Archief Collectie meegelopen. Zij heeft zich bezig gehouden met het CHV-plan en het implementatieplan, voor als er calamiteiten plaats vinden in het gebouw van de RCE. Want welke handelingen moet je nemen als er ongedierte of brand is in dit gebouw?
De derde stagiair liep mee op de afdeling Roerend Erfgoed en heeft mee gewerkt aan een project van Universiteit Utrecht. Het project ging over samenwerkingsverbanden.

De tweede lezing was van Consortium Koloniale Collecties. We hebben het gehad over wat koloniaal erfgoed is en hoe er mee om wordt gegaan. Ook hebben we het gehad over een product dat ze ontwikkeld hebben; een digitaal platform waar informatie over objecten uit koloniale context in Nederlandse collecties doorzoekbaar zijn. Op het platform kunnen gemeenschappen eigen contexten toevoegen aan de informatie van de objecten.
Ik vond dit wel interessant, maar ik had soms wel moeite om het te volgen, omdat het deels in het Engels werd uitgelegd. Sommige termen kende ik nog niet in het Engels, wat het begrijpen moeilijker maakt van dit complexe onderwerp.

De laatste lezing ging over het Doornroosje Scenario. Dat is een museaal experiment dat in gaat als museumdirecteur Jan Anderson van streekmuseum Jan Anderson in Vlaardingen dood gaat. Dan gaat het museum 30 jaar op slot en laten ze het vervallen. Dit experiment draait om de ethiek van onthouden. Wat gebeurt er met de collectie als we het vergeten?
Het Doornroosje Scenario is een methode maar ook een unieke samenwerking. En voor de erfgoedprofessionals is dir een enorm avontuur en experiment. Ze weten niet wat er gaat gebeuren en wat er na de 30 jaar gedaan gaat worden.
Over project is een publicatie uitgekomen en er komt een documantaire aan. Wij hebben alvast een stukje mogen zien.
Wil je hier verder over lezen? Klink dan hier: Doornroosje Scenario

En toen was het eindelijk tijd voor een pauze! Er stond voor ons een lunch klaar toen we de zaal uitkwamen. Tijdens het uur kon je ook een wandeling langs kunst in de openbare ruimte door Amersfoort. Ik was wel toe aan een rustige pauze, dus ik heb niet de wandeling gedaan, maar ik ben wel eventjes naar buiten geweest.

Na de lunch stond ons nog een druk middagprogramma te wachten. Voor de workshops heb ik me niet in kunnen schrijven voor de workshops die mijn eerste keuze waren, maar de andere opties waren ook superinteressant! (ze blijven overal leuke onderwerpen aanbieden. soms is het moeilijk om een keuze te maken)

Mijn eerste workshop was Serious Game; over erfgoed in een klimaatramp. Stel je voor dat er een natuurramp plaats vindt, welk erfgoed kan en wil je redden? en wat laat je achter? Onze casus wat Veluwe in Vlammen. Stel dat het hele gebied van de Veluwe in brand staat, wat ga je redden?
Met dit spel heeft iedereen een rol die andere elementen prioriteert. Ook heb je maar beperkt budget, materiaal en mankracht om je acties uit te voeren. Als acties kon je kiezen uit het verlaten, het digitaliseren en verlaten, het aanpassen of het verplaatsen van het erfgoed.

Ik vond het erg leerzaam om dit spel te doen. Want welke keuzes neem je? Hoe kom je tot een akkoord? Hoe zorg je er voor dat je op tijd de beslissingen maakt? En je hebt twijfels.
Omdat iedereen met hun rol andere belangen heeft, wordt je keuze beïnvloed. We hebben het spel met twee groepen gedaan en we zijn op hele andere keuzes gemaakt. Mijn groepje had andere argumenten en inzichten dan de andere groep, waardoor ander erfgoed is bewaard.

De tweede workshop was Belangrijke Cultuurgoederen voor Nederland. Dit programma ging over beschermde cultuurobjecten. Specifiek over het proces van een uitvoervergunning om cultuurgoederen buiten de Nederland en de EU te exporteren. In dat proces moet de RCE bepalen of het object belangrijk is voor Nederland. Het belangrijkste is daarbij of het object onmisbaar en onvervangbaar is.
Na de uitleg mochten we zelf aan de slag met een casus waarbij we een advies moesten formuleren over of het binnen Nederland gehouden moet worden of dat het de grens overmacht.
Dit was leerzaam, omdat we met wat we met beperkte informatie dat we in de tijd die we hadden moesten achterhalen of het onvervangbaar en onmisbaar is. Uiteindelijk zijn we best streng geweest, het meeste mocht van ons niet over de grens. Maar de medewerker had van de zes voorbeelden maar één niet zelf de grens over gestuurd.

Als afsluiting van de dag mochten we kiezen uit een rondleiding! Door het gebouw of door de bibliotheek. Ik had gekozen voor de rondleiding in de bibliotheek. De bibliotheek van de RCE is openbaar te bezoeken. Naast boeken, heeft de RCE magazines, bouwtekeningen en foto’s in hun bibliotheek en archief collectie. Daarnaast hebben ze ook een digitale beeldbank met afbeeldingen die je rechtenvrij mag gebruiken. Ook hebben we een kijkje mogen nemen in het kleine en het grote depot!
Dit staat allemaal los van de Rijkscollectie, wat zich deels in het CollectieCentrum Nederland elders in Amersfoort bevindt, maar ook in overheidsgebouwen bevinden objecten van de Rijkscollectie zich.

En met het einde van de rondleiding was onze dag bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed voorbij! Met een groepje zijn we samen naar het station gelopen. Samen met een studiegenoot ben ik met de trein terug naar huis gegaan.


Woensdag stond in teken van excursies. Er waren 11 verschillende excursies waarbij je in groepen van ongeveer 20 studenten op pad gaat. Zo kon je naar het Ajax stadion, Centraal Museum Utrecht, of naar HipHopHuis in Utrecht. Een deel van de opties waren ook bij deze inschrijving al meteen niet meer beschikbaar. Eerst had ik me ingeschreven voor de excrusie Ontdek de Zuiderwaterlinie in Den Bosch. Maar die heb ik ingewisselt over een excursie in Leiden. Vandaag heb ik me laten verrassen door de excrusie Hoe dekoloniseer je een stad? Het is niet een onderwerp dat ik normaal snel zou uitkiezen, maar als een doel voor dit schooljaar heb ik om uit mijn culturele comfortzone te stappen. En dat doe ik met dit programma onderdeel zeker.

Omdat het mooi weer was ben ik met de fiets naar leiden gegaan, in plaats van met de trein. Ons start- en verzamelpunt was museum de Lakenhal. We zijn gestart met een kort bezoek aan het museum waarbij we moesten kijken of we elementen in het museum konden vinden die verwijzen naar het koloniaal en slavernij verleden van Leiden. Er waren weinig verwijzingen in de vaste tentoonstelling. Er waren wel een paar verwijzingen naar de VOC en WIC, naar dat leunde meer naar de “Gouden Eeuw” dan naar het donkere verleden van de zeventiende eeuw. Daarnaast verwijst de afwezigheid van afgebeelde zwarte mensen ook naar het voormalig koloniaal denken, dat vandaag de dag nog invloed kan hebben.

Na ons rondje door het museum was de historicus die ons mee op pad nam aangekomen (de NS had weer eens vertraging). Histroricus Sjoerd Ramackers heeft recent onderzoek gedaan naar het koloniaal en slavernij verleden van de stad Leiden, en zijn collega is bezig met dat verleden van Universiteit Leiden. Onder begeleiding Sjoerd, Suzanne van Erfgoed Leiden & een docent hebben we een stadswandeling gemaakt.

Na een bezoek aan de tijdelijke tentoonstelling Majalla’s Mantel zijn we het museum uit gegaan en naar onze eerste stop gelopen het Rijksmuseum Boerhaave. Vanaf daar zijn voor doorgelopen naar het Weeshuis, met daar tegenover de Lutherse Kerk. Daarna zijn we naar het Stadhuis gelopen. Via de Pieterskerk zijn we naar het Academiegebouw en de Hortus Botanicus. Over de Rapenburg, langs het Rijksmuseum van Oudheden zijn we naar onze eind bestemming het KNIL monument gelopen.

Onderweg hebben we heel veel besproken. We hebben verschillende vraagstukken besproken, waarvan de meeste geen makkelijk antwoord of oplossing hebben. Ook ging het veel over ethiek. In collecties van de Leidse wetenschap, zoals van de voormalige anatomiezaal dat nu bij het Rijksmuseum Boerhaave ligt en die van de hortus botanicus (en de daarbij ooit bijhorende rariteitenkabinet), bevonden (en soms nu nog steeds) dieren, planten en menselijke overschot dat uit koloniën afkomstig zijn. We hebben het gehad over de relatie van het stadsbestuur en hun rol in de koloniën en slavernij. In het dopingsregister van de Lutherkerk zijn gegevens van enkele zwarte personen teruggevonden die in Leiden hebben geleefd. Als je de aandacht erop zet, zie je sporen verschijnen die verwijzen naar het koloniaal verleden. En nu is de vraag: hoe maken we dit deel van de geschiedenis bekend en erkend zodat het bij het collectieve geheugen wordt toegevoegd? en de vraag: moet er een monument of meerdere monumenten ter herdenking komen in Leiden en hoe moeten die eruit komen te zien?

Vandaag heb ik veel geleerd over het erfgoed in Leiden, en over het koloniaal en slavernij verleden van Nederland en Leiden. Er zijn veel onderbelichte kanten van de geschiedenis, en we zijn vandaag aangespoord om in ons toekomstig werk daar aandacht op te laten schijnen. Veranderingen gaan traag en het kan jaren of decennia duren voordat het plaatst, en de initatieven komen vaak van de nieuwe generatie.


Dit is inmiddels een heel uitgebreidt verslag geworden. Nemen als je wilt eventjes pauze, pak er een nieuw kopje thee of koffie erbij.

Voor vandaag stond er een tweedelig programma op de planning met masterclasses. In de ochtend had ik de masterclass Documentaire en Q&A participatief ontzamelen, die gegeven werd op de Academie van Bouwkunst (ook onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten). Dit is gekoppeld aan een casus die we in het najaar van 2024 hebben behandeld toen we het over ontzamelen hadden: Het museum De Voorde in Zoetemeer moest sluiten, maar wat doe je met de collectie als je museum permanent sluit?! Het museum heeft ervoor gekomen om samen met hun gemeenschap, de inwoners van Zoetemeer, te bepalen waar alle 5000 objecten naar toe gaan. En dat proces is vastgelegd in een documentaire.

De documentaire “Dit hoort bij Ons” komt als het goed is op dinsdag 22 april omstreeks 22.30 uur via NPO2 op tv. Maar wij mochten het alvast kijken. Er waren zelfs een paar mensen van de Museumvereniging bij deze vertoning. Na het kijken van de documentaire was er een Q&A (question and answer = vraag en antwoord) met de intrum directeur Hans van de Bunte.

Uit de brief die we kregen van het museum over de documentaire:

Wat blijft, wat verdwijnt – en wie bepaalt dat? In “Dit Hoort bij Ons” volgt documentairemaker Barbara Makkinga een uniek proces: de eerste participatieve ontzameling in Nederland. Nu Museum De Voorde zijn deuren heeft gesloten, krijgen inwoners van Zoetermeer de kans om zelf te beslissen over het lot van 4.898 objecten uit hun streekhistorische collectie.

Deze documentaire duikt in de emotionele en ethische vragen rondom erfgoed. Hoe waardevol zijn historische objecten zonder hun verhalen? Mag je iets dat je ooit hebt geschonken terugvragen? En waar komt erfgoed het beste tot zijn recht: in de stad zelf of in een nationaal museum?

Door intieme gesprekken en persoonlijke herinneringen ontvouwt zich een film over
verbondenheid, identiteit en de kunst van het loslaten. “Dit Hoort bij Ons” laat zien hoe erfgoed niet alleen een spiegel van het verleden is, maar ook een krachtig instrument voor gemeenschapszin en verandering.

Een must-see voor iedereen die zich bezighoudt met geschiedenis, identiteit en de impact van erfgoed op onze samenleving.

De documentaire is heel mooi opgezet. Het proces van participatief ontzamelen werd ook goed uitgelegd. Ontzamelen is het tegenovergestelde van verzamelen; je haalt iets uit je collectie of verzameling als het daar niet meer bij past. Ontzamelen gebeurd bijvoorbeeld als het depot van een museum overvol begint te raken. Bij participatief ontzamelen mogen mensen buiten de organisatie meebepalen over wat er blijft of weggaat, in een democratisch proces. Bij Museum De Voorde mochten de mensen bepalen of de objecten belangrijk zijn voor de geschiedenis en identiteit(svorming) van Zoetemeer of niet. Dit had invloed op wat de nieuwe bestemming van het object wordt. Als iets onvervreembaar Zoetemeers is moest het binnen de gemeente blijven en kwam het bijvoorbeeld in het gemeente Depot terecht. Als het niet overvreembaar Zoetemeers werd verklaard, mocht het een nieuw onderkomen krijgen buiten Zoetemeer, meestal een openbare collectie.

Dit was de eerste keer dat er in Nederland een participatieve ontzameling was. Maar waarschijnlijk zal het niet de enige zijn. De Museumvereniging vreest dat er dit jaar en de jaren erna er meer museum zullen sluiten of moeten verkleinen. Ze hopen dat dit een voorbeeld kan zijn van hoe andere museums te werk kunnen gaan als ze hun collectie moeten opheffen.

De masterclass van de middag was Experience design and storytelling. We kregen les van een docent van de Breda University of Applied Sciences (het engelse woord voor Hogeschool. Het is een internationale hogeschool, vandaar de engelse naam); Juriaan van Waalwijk. Vanuit het perspectief van toeristische producten heeft hij vertelt over hoe je storytelling kan toepassen, hoe je belevenissen kan opzetten en het effect daarvan kan meten en onderzoeken.

Belevenissen worden steeds vaker ingezet in de culturele sector om te zorgen dat men memorabele ervaringen krijgt. En er zijn stappen die je kan nemen, door elementen toe te voegen, waardoor het memorabel wordt. Juriaan is naast docent ook onderzoeker en heeft met verschillende methodes onderzocht wat het effect is. Zo kan je mensen observeren en bevragen over hun belevenis, maar je kan ook apparatuur inzetten om het te meten. Eén van de methodes kan je doen is de hartslag en de huidgeleiding te meten, waaraan je kan zien of iemand ergens op reageert. Dit is gedemonstreerd tijdens de masterclass met een student die iets om kreeg, en we konden live haar waardes bekijken.

Momenteel zijn veel van de technologiën nog te duur om zomaar in te zetten, maar misschien is het iets dat in de toekomst wel toegankelijker wordt voor professionals om het effect van hun belevennissen te meten. Ik vond het in ieder geval interessant om er van gehoord te hebben!

Vandaag was best pittig met twee inhoudelijke masterclasses van twee en een halfuur. Aan het einde van de tweede masterclass was iedereen wel moe. Maar na de masterclasses was mijn culturele avontuur van vandaag nog niet klaar. Ik ben met mijn ouders en ’tante’ Diana naar het Nieuwe Luxor Theater geweest in Rotterdam. We hebben de voorstelling 30 Jaar on Stage van carabatier Najib Amhali bijgewoond.


Vrijdag heb ik eindelijk weer een beetje rust gehad. Voor deze dag stond er helemaal niks op het programma. Zo hebben we als studenten een beetje de tijd om bij te komen en eventueel aan opdrachten te werken. Maar eerst heb ik lekker uitgeslapen en wat dingen voor mezelf gedaan. Daarna heb ik deze blog bijgewerkt.

Zaterdag heb ik nog wat voorbereiding gedaan voor het programma van volgende week en wat andere opdrachten waar ik nog wat een toe moest voegen. En ik ben naar Den Haag geweest voor de verjaardag van mijn één van mijn vrienden; Alice.


En zondag was weer een volle dag en dit keer weer in Amsterdam. Voor een programma onderdeel van aankomende woensdag moet ik van te voren naar de tentoonstelling kijken van het Nationaal Holocaust Museum. In de middag had ik met mijn ‘nichtje’ Sofie een workshop, waar we voor op de reservelijst stonden. Deze week kregen we de e-mail dat we het plekje van mensen die af hadden gezegt mochten innemen. En dan heb ik opeens een workshop waar je naar toe moet, gelukkig in Amsterdam. Daarom hebben we beide activiteiten vandaag gedaan.

We begonnen onze dag met het bezoek aan het Holocaust Museum. Niet het vrolijkste museum, maar zeker wel interessant en leerzaam. Ik moest kijken naar elementen voor mijn huiswerk, maar daarnaast heb ik ook de tijd genomen om de vaste tentoonstelling te bekijken. Ik ben wel eerder naar museums en toonstelling geweest die over de Tweede Wereldoorlog gaan, maar nooit eentje die zo specifiek ging over de Joden.

Wat het meeste indruk heeft gemaakt op mij is het verhaal van het gebouw zelf. We werden door een medewerker/ vrijwilliger erop gewezen dat je op de beganegrond nog informatie kan vinden over welke rol het gebouw heeft gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directie en medewerkers van de kweekschool en crèche (waar het museum nu is gevestigd) hebben vanuit de gebouwen veel kinderen in veiligheid kunnen brengen. Zeker 600 kinderen. Er was veel beeldmateriaal van deze kinderen, ook van hen die de oorlog niet overleefd hebben. Vooral toen er een moeder met een kind in de buggie langskwam in de zaal werd ik emotioneel.

Toen we weg gingen werden we erop gewezen dat we gratis de Hollandsche Schouwburg konden bezoeken. Helaas hadden we er geen tijd voor, maar misschien ga ik er wel een keer naar toe. Ik heb het gevoel dat de medewerkers en vrijwilligers van het museum het erg op prijsstellen dat wij als twee jongeren zelfstandig naar het museum zijn gekomen. Ik heb het idee dat de meeste bezoekers van het Joods Kwartier buitenlanders en volwassenen zijn, en weinig kinderen en jongeren.

Onderweg naar onze workshop zijn we nog langs de Museumhaven geweest bij Museum Nemo. Dus technisch gezien zijn we naar nog een museum geweest. Volgens vrienden kom ik te veel in museums, haha.

In de middag hebben we eindelijk mijn kerstcadeau dat ik aan Sofie had cadeau gegeven gedaan: een workshop volgen bij Blond Amsterdam. Hun workshops zijn super populair en we hebben ons ingeschreven voor een workshop in 2026. Maar gelukkig hadden we ons ook aangemeld voor de reservelijst voor workshops in april en mei van dit jaar. En tegen onze verwachtingen in hadden we nu al een plekje!

De workshop vind achterin de winkel plaats. Aan een roze tafel met roze stoelen konden we plaats nemen samen met de andere dames. We mochten kiezen uit verschillende borden, mokken en een cakeschaal. Sofie koos voor een bord met bloemen en ik voor de cakeschaal. Nadat we ons item hadden uitkozen moesten we het opschuren. Daarna mochten we aan de slag met de verf! Voor de huidskleur moest je een specifieke kleur gebruiken, maar voor de rest mocht je helemaal los gaan. Ik heb de twee poppetjes als Sofie en mezelf ingekleurd. Tijdens de workshop mochten we een gebakje en een drankje uitkiezen. Wij hadden een paastaartje, een regenboogtaartje, warme chocolademelk met marshmellows en zonder slagroom, en een pink iced chai latte.

Het was best gezellig, ondanks dat we best stil waren volgens de mensen van de winkel. We waren heel geconcentreerd aan het werk. Na twee en een halfuur was de workshop voorbij. De borden en schalen gaan in de kiln (oven) en over een paar weken mogen we ze op komen halen. Maar we zijn niet met lege handen de deur uitgegaan. We hebben nog eventjes in de winkel gesnuffeld en nog wat dingen meegenomen. Sofie heeft een grote mok gekocht, ik heb naar verzoek van mijn moeder een mok met de beschildering van de Holland Amerika Lijn (Rotterdam) gekocht en voor mezelf heb ik een schaaltje en een pot van de Efteling serie meegenomen. Ik wilde al eerder van deze serie kopen, maar die waren toen snel uitverkocht. Maar nu ben ik de eigenaar van een droomvlucht pot.

En hiermee komt deze week eindelijk tot een eind! Heel erg bedankt voor het lezen van deze lang blog over mijn super drukke week! Tot de volgende week.

3 gedachten over “Week 31

  1. Opa Joop zegt:

    Kez, het is alweer een indrukwekkend verhaal dat je geschreven hebt. Ik moet de inhoud nog effe op mij laten inwerken. Tussen jouw opleiding en mijn eigen opleiding ligt werkelijk een wereld van verschil. Jullie zijn in mijn beleving bezig om de geest soepel en creatief te maken. En in mijn geval was het langdurig stampwerk en dus feiten kennis opslaan.
    Veel succes met het schrijven van het volgende verhaal

    1. Kez vd werf zegt:

      Mijn onderwijs verschilt inderdaad met het traditionele onderwijs. Maar er zijn genoeg andere opleiding die dat wel hebben. Mijn opleiding is meer project en praktijk gericht. Ook merk ik soms dat we verwant zijn aan de kunstscholen door de creatieve aanpak.

  2. Elma Haas zegt:

    Wat een drukke maar superaantrekkelijke week. Wat een hoop informatie heb je weer verwerkt. Super, fijn dat je ook weer creatief aan de slag bent geweest.
    Veel plezier bij de volgende periode!

Reacties zijn gesloten.