Over de opleiding

✴︎ Alles over de opleiding Cultureel erfgoed

—Kez

Ik volg momenteel de bachelor Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie (onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten – de AHK). Bij deze opleiding word je opgeleid tot erfgoedprofessional. Je krijgt een wijd aanbod aan vakken, waardoor je een breed beeld krijgt van het erfgoedvakgebied. Er is veel aandacht voor (actuele) vraagstukken en voor het opdoen van kennis vanuit de praktijk. Zo zijn er vaak studiebezoeken naar instellingen en worden er gastcolleges gegeven van mensen uit het werkveld.

Het is geen opleiding kunstgeschiedenis of geschiedenis. We leren niets inhoudelijk over de geschiedenis van Nederland, van de wereld of van objecten. (Uitzonderingen hierop zijn lessen over het onstaan van museums of als een specifieke casus hierom vraagt). Bij deze opleidingen hebben we het over wat cultureel erfgoed is, waarom we bewaren, hoe we dat doen, hoe we het delen met de mensen en hoe we cultureel erfgoed kunnen doorgeven aan de volgende generaties.

Carrièremogelijkheden

Maar wat kun je als erfgoedprofessional doen? Je kunt verschillende kanten op. Zo kun je in een museum, een galerij of bij een erfgoedinstelling gaan werken. Of in een bibliotheek of archief. Maar je kunt ook meer het beleid kant op gaan en bij een gemeente, een provincie of bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gaan werken. Ook kan je naar andere uithoeken van het culturele veld zoals projecten die voor muziek op basisscholen zorgen of kunst in wijken.
Maar je kunt ook met de kennis die je hebt opgedaan in andere sectors gaan werken, zoals toerisme, educatie of marketing.


Begrippen

Een korte toelichting van woorden die ik veel gebruik:

Begrippen over school

Hoorcollege: een les waarbij de studenten vooral naar de docent of gastspreker luisteren en aantekeningen maken. Dit gebeurt vaak in een collegezaal. Hoorcollege wordt vaak afgekort tot college. Colleges die worden gegeven door gastsprekers, die worden ook wel gastcolleges genoemd.

Werksessie: een les waarin studenten in een lokaal hun hoorcolleges, opdrachten, leeswerk en studiebezoeken bespreken en/of opdrachten (klassikaal) uitvoeren.
Er zijn ook werksessies die op locatie, bijvoorbeeld bij een monument of kunstwerk, worden gedaan.

Studiebezoek: een excursie naar een locatie, gekoppeld aan de lesstof en vaak ook aan één of meerdere opdrachten.

Tussenweek: een week waarin je als student zelfstandig voorbereidt op de komende periode aan de hand van gegeven opdrachten, leeswerk en videomateriaal.

Onderwijseenheid: vaak afgekort tot OE. Dit is de benaming voor onze vakken. We hebben op deze opleiding geen aparte vakken, omdat alle kennis en vaardigheden zijn verwerkt tot OE’s. Hierdoor hebben we per periodes geen tientallen losse vakken en toetsen. Je zou het onderwijs kunnen vergelijken met projectmatig onderwijs.

Reinwarder: soms heb ik het over de ‘Reinwarders’. Hiermee bedoel ik de studenten die op de Reinwardt Academie zitten. Zij volgen net als mij de bacheloropleiding Cultureel Erfgoed, of de Engelstalige masteropleiding Museum and Heritage Studies.

Begrippen over cultureel erfgoed

Cultureel Erfgoed: een aanduiding voor objecten, plekken en praktijken in het heden die een koppeling met het verleden hebben, wat mensen ervaren als van wezenlijk belang. Ook gaat het om het doorgeven aan de volgende generaties.
Vaak wordt het afgekort tot alleen ‘erfgoed’.
Cultureel erfgoed is veelvormig, het gaat om identiteit en identiteitsvorming, het gaat ook over tijd, werk & emoties. Erfgoed kan zelfs ook politiek zijn.

Cultureel erfgoed kan in vier grote domeinen worden verdeeld: roerend materieel erfgoed, onroerend materieel erfgoed, immaterieel erfgoed en digitaal erfgoed.

  • Roerend materieel erfgoed: Tastbaar erfgoed dat verplaatsbaar is. Dit zijn objecten zoals schilderijen, schetsen, prenten, vazen, klokken, porselein, papier, textiel, houten kasten, sculpturen, dinosaurus botten, etc.
  • Onroerend materieel erfgoed: Tastbaar erfgoed dat niet verplaatsbaar is (vanwege de grote en omdat het vaak in de grond is gefundeerd). Zoals gebouwen, monumenten en landschappen (zoals groen erfgoed).
  • Immaterieel erfgoed: Niet-tastbare gewoontes of gebruiken van vroeger die men koester en wilt overdragen aan volgende generaties. Zoals sociale gewoontes, voorstellingen, tradities, rituelen, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden (ambachten). Het wordt ook wel levend erfgoed genoemd. Dit wordt ook wel Levend erfgoed genoemd, omdat het voortleeft in mensen.
  • Digitaal erfgoed: Erfgoed dat is gedigitaliseerd (bijvoorbeeld een ingescande pasfoto of een digitaal document), of erfgoed dat in het digitale omgeving is gecreëerd en bestaat (zoals een digitale tekening of 3D computer model).

Naast deze vier domeinen zijn er ook andere domeinen die specifieke delen van het (Nederlands) erfgoedveld onderbrengen, zo is er bijvoorbeeld Maritiem erfgoed en Groen erfgoed.


Oral history (de Nederlandse vertaling is gesproken geschiedenis/ sprekende geschiedenis) = een interviewtechniek om persoonlijke verhalen over vroeger vast te leggen en door te geven. Bij oral history gaat het om het verzamelen en bestuderen van levensverhalen, getuigenissen van mensen over historische gebeurtenissen en betekenissen die zij aan erfgoed geven. Het kan hierbij ook gaan om het creëren van een nieuwe historische bron.

Collectiemanagement = het toegankelijk, beheersbaar en duurzaam opslaan van collecties zodat risico’s op schade en/of verlies ervan wordt geminimaliseerd.

Erfgoedprofessional/ Erfgoedwerker = iemand die gespecialiseerd en werkzaam is in de erfgoed sector.
Als je de Reinwardt Academie heb afgerond ben je een allround erfgoedprofesional. Dat wilt zeggen dat je van alle gebieden van de erfgoedsector kennis en vaardigheden hebt.

Erfgoedinstelling = is een organsatie dat zich bezig houdt met erfgoed, hieronder vallen musea, archieven, maar ook belangenorganisaties, stichtingen die zich bezig houden met specifieke erfgoedgemeenschappen.


Over de vakken / onderwijseenheden

Persoonlijke Professionele Ontwikkeling (PPO)

Tijdens alle vier de academiejaren ga je je als student ontwikkelen tot een erfgoedprofessional. In dit vak hou je je bezig met je persoonlijke ontwikkeling. Zo ga je doelen stellen over wat je wilt bereiken en blik je terug op wat je al behaald hebt.
Bij deze onderwijseenheid wordt er vaak gebruik gemaakt van de cyclus van feed up, feedback & feedforward.

Jaar 3

Jaar 3, eerste en tweede periode

Het eerste semester van het derde jaar bestaat uit de Minor. De Minor is een keuzeprogramma dat verdieping of verbreding biedt op de studie (major) die je volgt. Je kan een minor volgen binnen je eigen school/ onderwijsinstelling of aan een andere hogeschool of universiteit. Een minor is of twee periode of maar één periode en dan volg je er twee.

Ik volg twee korte minoren die door de Reinwardt Academie worden gegeven:

  • Erfgoed en Publiek: Het publiek staat centraal in een erfgoedinstelling. Aan de hand van de vakken Erfgoedverhalen, Rondleiden, Toegankelijk en Welzijn, worden publieksbehoeftes en contact met het publiek behandelt.
  • Erfgoed en Samenleven:

Jaar 2

Jaar 2, vierde periode

Onderwijseenheid 18 is het Erfgoedfestival, net als in het eerste jaar is dat een programma van twee weken waarbij iedere dag andere keuzeprogramma’s te kiezen zijn, van workshops, masterclasses tot excursies, met het doel om jezelf te verdiepen of te verrijken in het erfgoedveld.

Onderwijseenheid 19 is Kijk op Beleid, wat zoals de titel als zegt gaat dit vak over beleid. Tijdens dit OE analyseer je het bestaande beleid van een erfgoedinstelling en schrijf je een advies aan de directie gebaseerd op een beleidsthema.

Onderwijseenheid 20 is de Take Over, een OE waarbij je drie weken de touwtjes in handen krijgt bij een (erfgoed)instelling of bedrijf met betrekking tot erfgoed en cultuur. In het kort is dit een mini-stage waarbij je in korte tijd een begin maakt van een oplossing voor een probleem, vraag of kwestie die de organisatie heeft.

Jaar 2, derde periode

Onderwijseenheid 15 Participatie en Marketing & Communicatie legt de basis voor OE16 en OE17. Hier wordt stil gestaan wat participatie is, worden verschillende participatieve projecten toegelicht en krijg je handvaten voor hoe jezelf participatief te werk kan gaan. De voorbereiding voor Marketing & Communicatie is meer theoretisch met uitleg van begrippen uit de commerciele kant van Marketing & Communicatie, en wordt er gekeken hoe je het kan toepassen op not-for-profit organisaties.

Onderwijseenheid 16 is Participatie. Hierbij staat het participatief werken in de erfgoed sector centraal. Hier leer je in een project hoe je participatief kan werken met participanten. Zo leer je hoe je een participatief opzet, uitvoert en afrond. Hierbij sta je ook stil bij je eigen positie als erfgoedwerker in verhouding met het project, de deelnemers en de opdrachtgever.

Onderwijseenheid 17 is Marketing & Communicatie. Door het maken van een marketing-communicatieplan analyseer je een erfgoedinstelling op het gebied van marketing, communicatie, branding en organisatie.

Jaar 2, tweede periode

Onderwijseenheid 13 Preventieve Conservering gaat over hoe je objecten veilig, verantwoord en stijlvol kan presenteren in een tentoonstelling. In het project analyseer je van groot naar klein waar potentiële gevaren zitten voor het vertonen van de objecten, en vorm je een advies om de grootste gevaren te voorkomen.

Bij Onderwijseenheid 14 Tentoonstellen leer je hoe je de eerste stappen maakt om een tentoonstelling te maken. Van het eerste idee tot en met het schetsontwerp en het maken van een uitwerking van een manquette of mock-up van een onderdeel uit de tentoonstelling. De fases van het definitieve concept en de realisatie van de tentoonstelling komen hier niet aan bod.

Jaar 2, eerste periode

Onderwijseenheid 11 is het voorbereidende vak op OE13 en OE14. Bij Tentoonstellen en Preventieve Conservering wordt de theorie behandeld. Het doel van het vak is dat je tentoonstellingen leert analyseren vanuit de blik van tentoonstellingsmakers en van uit de blik van collectiemanagers.

Onderwijseenheid 12 is een ander voorbereidend vak. Bij Vaardigheden worden drie vaardigheden behandeld: presenteren, schrijven & visualiseren. Deze vaardigheden kom verder terug in jaar twee en eigenlijk de rest van je professionele loopbaan.


Jaar 1

Jaar 1, zesde periode

De zesde en tevens laatste periode van jaar één staat in teken van maar één onderwijseenheid: Samen verhaal maken. Dit vak gaat over samenwerken. Samen met je groep krijg je een opdracht uit de praktijk van een opdrachtgever waar je samen aan moet werken. Het doel is om onderzoek te doen om uiteindelijk tot een concept of interventie te komen.

Jaar 1, vijfde periode

De vijfde periode staat in tegen van het achtste onderwijseenheid: het Erfgoedfestival!
Het erfgoedfestival zijn twee lesweken met een gevuld programma waarbij je je als erfgoedstudent kan onderdompelen in masterclasses, workshops, excursies en verdiepende programma’s. Het doel is om de aankomend erfgoedprofessional te inspireren tot meer verdieping en verbreding in actuele erfgoed-issues. Het erfgoedfestival is voor studenten van jaar één en jaar twee.

Jaar 1, vierde periode

De vierde periode is weer een langere periode van 8 lesweken. De twee vakken die in deze periode centraal staan zijn ‘Publieksbereik en Leren’ en ‘Toegankelijkheid en Beheer’. Deze twee OE’s hebben veel overlappingen, zowel in de theorie als in de zelf gekozen praktijk voorbeelden.

Publieksbereik en Leren gaat over het vergroten van het publieksbereik en het toegankelijk maken van erfgoed. Het ontwikkelen van een publieksproduct staat bij dit vak centraal. Het doel van het publieksproduct is het over brengen van kennis aan de gebruiker.

Toegankelijkheid en Beheer gaat over het toegankelijk maken en houden van erfgoedinformatie. Het bruikbaar en duurzaam beschikbaar maken van erfgoedinformatie is daarbij belangrijk. Het doel is om als erfgoedprofessional bij te dragen aan de interpretatie en de toegankelijkheid van cultureel erfgoed. In dit vak staat digitaal erfgoed centraal.

Jaar 1, derde periode

In deze korte periode van drie weken heb ik de Midterm. In de midterm ga je aan de slag met het maken van een pleidooi met alle kennis die je in de eerste vier onderwijseenheden (vakken) hebt opgedaan.

Jaar 1, tweede periode

De tweede periode bestaat uit 8 lesweken. De volgende twee vakken die ik ga volgen zijn ‘Erfgoedvorming’ en ‘Cultuurgeschiedenis’.

Het vak Erfgoedvorming gaat over hoe erfgoed ontstaat. We hebben nu antwoord op de vraag ‘wat is erfgoed?’, maar hoe wordt het bepaald dat iets erfgoed is? en wie mag dat bepalen? wie geeft er de waarde aan het erfgoed? Met deze vragen gaan we met dit vak aan de slag.

Het vak Cultuurgeschiedenis gaat over het verklaren van het verleden, en de doorwerking van het verleden op het heden en de toekomst. We doen dat aan de hand van een cultuur fenomeen, dit keer met eetcultuur, om duidelijke voorbeelden te hebben. Dit vak heeft wat overlappingen met sociologie.

Jaar 1, eerste periode

De eerste periode bestaat uit de introductie week en 5 lesweken. In deze periode heb ik de vakken ‘Erfgoedprofessional’ en ‘Erfgoedbeleving’.

Het vak Erfgoedprofessional gaat over de vaktaal leren. Zo leren we over verschillende domeinen en subdomeinen van erfgoed, termen om erfgoed te beschrijven, wat voor processen er zijn om erfgoed te bewaren en leren we welke instellingen er zijn die zich bezig houden met erfgoed.

Het vak Erfgoedbeleving gaat over hoe bezoekers erfgoedlocaties ervaren. Hoe maakt je een museum bezoek? Met wat voor doel bezoeken mensen musea? Ga je alleen of samen? Wanneer is een bezoek voor jou geslaagd? Hoe kan een instelling (zoals een museum) jouw bezoek verbeteren op het gebied van informatie, toegankelijkheid en tevredenheid?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.