Week 32

Het Erfgoedfestival – week 2

Deze twee weken vindt het Erfgoedfestival plaats. Het erfgoedfestival zijn twee lesweken met een gevuld programma waarbij je je als erfgoedstudent kan onderdompelen in masterclasses, workshops, excursies en verdiepende programma’s. Het doel is om de aankomend erfgoedprofessional te inspireren tot meer verdieping en verbreding in actuele erfgoed-issues. Het erfgoedfestival is voor studenten van jaar één en jaar twee.


Deze week begon met een tweedaags verdiepend programma. Hiervoor wilde ik me inschrijven voor het programma Maritiem Erfgoed, maar die zat helaas meteen vol en er is geen plekje meer vrijgekomen. Ik heb me wel kunnen inschrijven voor het programma Risk Preparedness (dat vertaalt ongeveer naar risico/bedreiging voorbereid zijn). En dat begon met een college op de Reinwardt Academie.

We kregen van Andrea Kieskamp les over het belang van cultureel erfgoed en hoe we ons in vredestijd kunnen voorbereiden op het beschermen van cultureel erfgoed in tijden van oorlog en ook op natuurrampen. Ook hebben we uitleg gekregen over de netwerkorganisatie Blue Shield ; een internationale organisatie om het cultureel erfgoed wereldwijd te beschermen tegen bedreiging zoals gewapend conflict en natuurrampen. In Nederland is Blue Shield een stichting. Misschien ken je ze wel van de blauw-witte schildjes die je op sommige panden kan vinden. Dit is niet per se het teken dat iets een gemeentelijk monument is, maar dat het door UNESCO en Blue Shield internationaal erkend wordt als een monumentaal pand dat in tijden van bedreiging beschermd moet worden en voorrang krijgt op andere monumentale panden.

Bron: indebuurt
Linksboven: gemeente monument in Gouda | Rechtsboven: Blue Shield
Rechtsonder: gemeente monument in Leiden | Linksonder: Rijksmonument

Een terugkomend onderwerp is dat het momenteel erg relevant is geworden om als erfgoedinstellingen je samen voor te bereiden op mogelijke rampen, naast je gewone protocollen voor brandveiligheid en diefstal. Ook deze protocollen worden nu weer bekeken met de recente diefstallen van kunstobjecten. Toen Andrea onderzoek deed in opdracht van Slot Loevesijn over de rol van het Slot voor opslag van kunst in de Tweede Wereldoorlog, was het nog niet zo relevant. Maar toen Oekraïne in 2022 werd binnen gevallen door Rusland kwam er meer urgentie om naar het onderwerp ‘hoe bereid je je voor?’ onderzoek te doen en plannen op te stellen.

We hebben in het college teruggekeken op wat de rol was van cultureel erfgoed in Nederland voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en welke lessen we daaruit mee kunnen nemen. Naast ons voorbereiden is ook bewustwording onder de burgers en het leger belangrijk. Zo zijn er als er een museum of een andere instelling geëvacueerd moet worden extra menskracht nodig om dat uit te voeren. Door mensen bewust te maken over het belang van cultureel erfgoed, kunnen mensen bereid zijn om zich als vrijwilliger op te stellen. En er moeten trainingen plaats vinden voor zowel de medewerkers van de instellingen als voor de vrijwilligers die eventueel komen helpen.

Ook hebben we kort gekeken naar de verschillende opslagplaatsen van de kunstwerken. Zo waren er bomvrije bunkers in de duinen, had het Mauritshuis een eigen kunstbunker laten bouwen onder het museum, zijn er in de grotten kunstkluizen gebouwd, en is er een bovengrondse bunker gebouwd (het Paasloo-Pantheon) tijdens de oorlog. Sommige collecties zijn meerdere keren verplaatst, zo hebben de Nachtwacht en het Meisje met de Parel een hele weg afgelegd door Nederland. Een groot deel van het bouwen van de bunkers en het transporteren van de kunstwerken zijn in overleg geweest met de bezetters. En dat roept weer een ethische vraag op: hoe ver ga je om je erfgoed en topstukken te bewaren en beschermen?

Nazi-Duitsland was er echter niet op uit om Nederlands erfgoed te stelen of te vernietigen, omdat ze ons zagen als broederland en als mogelijke uitbreiding van het rijk. In andere landen is door de bezetter wel kunst weg gehaald en van de Joden is een groot deel van de culturele objecten wel vernietigd, in een poging tot culturele genocide.

In de middag was er een keuzeprogramma. Het programma waar ik niet aan deel heb genomen was een workshop met het oefenen met CHV (Collectiehulpverlening (CHV) is de eerste hulp aan collecties bij een incident) en een gesprek met een ervaringsdeskundige uit Oekraïne. Ik heb er voor gekozen om naar het programma in Den Haag te gaan. Daar hebben we een bezoek gedaan aan het Mauritshuis. Daar hebben we de tentoonstelling Huis in de storm – museum in oorlogstijd bekeken. We kregen allemaal een lijst met kijkopdrachten en vragen die we moesten antwoorden in de tentoonstelling. De tentoonstellingszaal is in het nieuwere gedeelte van het complex als je bij het museumcafé met nog een trap naar boven gaat. Ik was zelf automatisch het huis ingelopen, omdat ik dacht dat de verdieping van de tentoonstellingsruimte kantoren waren.

De tentoonstellingsruimte is niet zo groot. En voor een maandag middag was het heel druk. Maar misschien komt dat ook omdat het toeristenseizoen weer is begonnen en dat andere musea niet op maandag open zijn. De tentoonstelling heeft meer tekst dan een gemiddelde tentoonstelling van het Mauritshuis. Vooral omdat het museum maar beperkte objecten heeft om dit verhaal te vertellen en het dus op meer tekst moet bouwen. Ik heb de tentoonstelling niet helemaal gelezen, omdat ik het te druk vond en ik graag weg wilde uit de drukke zaal. In het museumcafé heb ik de tijd genomen om rustig de vragen in te vullen.

We hadden na het bezoeken van de tentoonstelling nog een nabespreking samen met Judith Niessen, hoofd collectie en wetenschap, en haar collega Quentin Buvelot, de hoofdconservator, sloot ook aan. We hebben de tentoonstelling besproken en we mochten vragen stellen. Zij vonden het belangrijk dat de mensen van de tentoonstelling meenamen dat het beschermen van kunst belangrijk is, maar dat ook de menselijkheid van de oorlog en het beleven daarvan ook belangrijk is.

Ons gesprek over kunstveiligheid komt erop neer dat het vooral gaat om praktisch zijn. Je kunt wel geweldige plannen op digitaal papier staan, maar je moet het wel uit kunnen voeren. En wat doe je eigenlijk in een ramp als er geen stroom is? Kun je dan wel bij alles wat je hebt gedigitaliseerd? En hoe bereik je de mensen als je niet kan bellen? In de praktijk als echt de pleuris echt uitbreekt moet het dus gemakkelijk uitvoerbaar zijn. Morgen gaan we veder in op wat we vandaag geleerd hebben.


De dinsdag ging verder met het programma van maandag, wat bestond uit twee workshops op de Reinwardt Academie. De eerste workshop was Art Handeling voor calamiteiten (gegeven door Annemiek de Jong en Heleen Klingers). We hebben les gekregen over het hanteren van kunst. Ook kregen we uitleg over waarom we objecten verpakken en wat we daarmee proberen te voorkomen. We hebben het gehad over schade factoren en welke materialen geschikt zijn voor verpakken. Soms als je in nood iets moet verpakken mag je kort je objecten ook in andere materialen verpakken. Zo wordt er vaak kranten gebruikt, wat eigenlijk heel slecht is voor het verpakken van objecten, maar kranten heb je vaak veel van voor de hand liggen.

Daarnaast moet je als persoon altijd je eigen veiligheid voorop stellen en daar maatregelen voor treffen zoals het dragen van een filtermasker en handschoenen. Bij calamiteiten komen daar bijvoorbeeld helmen, werkschoenen en overals bij.

De tweede workshop was Registreren en verplaatsen tijdens een calamiteit (gegeven door Marjan Otter en Heleen Klingers). Vorige periode, in het vak Toegankelijkheid en Beheer (oe7), hebben we het al uitgebreid gehad over registreren. Maar in een noodsituatie kan je niet je uitgebreide digitale registratie erbij pakken. Je moet dan iets anders gebruiken wat makkelijk toe te passen is om de spullen die je evacueerd te registreren.

Om dat te oefenen hadden de docenten het lokaal naast de workshop ruimte omgetoverd tot een rampplek. We moesten een plan opstellen (gebasseerd op de uitleg die we hadden gekregen) en dat uitvoeren. Het eerste wat er gedaan was de plek op delen in een raster. In het lokaal naast de ramp werd er ook een raster gebruikt. Elk vakje kreeg een code zoals A1. Alle spullen die geevacueerd waren uit A1 moesten in het lokaal ernaast in een bak dat ook in A1 stond. Maar je kan niet alles zo maar op pakken en verplaatsen. Je moest eerst inventariseren wat er allemaal lag. Ook zagen we objecten die bij elkaar horen in andere vakken liggen. Dit werd ook genoteerd, zodat ze later na de evacuatie samen kunnen gebracht worden en onderzocht kan worden of het inderdaad bij elkaar hoord.

De eerste stap dat je doet als je een vak gaat evacueren is kijken wat prioriteit heeft. Hele en droge objecten gaan voor kapotte en natte objecten. En als een stuk was gelabeld als prioriteit moest dat ook al eerst geevacueerd worden. Daarna moest je een label met een code maken aan je object. Voor de codes zijn er regels. De code benoemd de locatie waar het vandaan komt: locatie/gebouw, ruimte, grid letter, grid letter + code en het objectnummer.

Van elk object dat uit de puin wordt gehaald moet een foto gemaakt worden en een registratie (code en korte beschrijving van enkele worden zoals ‘rood boek’). Daarna werd het gebracht naar het lokaal. In het lokaal hield iemand bij wat er allemaal werd binnen gebracht. Hier werd de registratie weer opgenomen. Dit wordt gedaan zodat je kan controleren of alle objecten uit de puinruimte zijn geevacueerd en hoeveel. In het lokaal wordt normaal op een rampgebied alles ingepakt, maar voor onze oefening hoefde dat niet. Als laatste werden de objecten in de juiste bakken geplaatst. Dat was de laatste stap van onze oefening.

Om dit in het echt uit te voeren is er ook een handboek en hulpmiddelenboek met de naam “eerste hulp voor cultureel erfgoed in tijden van crisis”.

Dit soort oefeningen worden ook kun bij erfgoedinstelling uitgevoed. Op 14 mei is er ook een landelijke actiedag waarbij het voorbereiden op crisissituaties met cultureel erfgoed centraal staat. De erfgoedsector heeft namelijk ook van het ministerie de opdracht gekregen omzich voor te bereiden op potentiele dreigingen zoals gewapend conflict en natuurrampen. Dit thema zal in de aankomende jaren waarschijnlijk belangrijker worden en meer aan het licht komen, naar voorspellingen van mijn docenten. De Reinwarder staat in ieder geval paraat!

Persoonlijk vond ik deze workshopdag niet zo goed. Het was rommelig, vooral de presentatie en de uitleg voor wat we moesten doen. En we deden pas aan het einde van de twee en een halfuur durende workshops steeds pas het gedeelte waarbij we actief iets gingen doen, maar de meeste studenten waren steeds moe tegen die tijd. Ik had ook iets meer uitleg verwacht over hoe je deze dingen tijdens calamiteiten uitvoert, in plaats van veel uitleg hoe je het in een normale kalme omgeving uitvoerd. Maar dat betekent niet dat vandaag niet leerzaam was.


Vandaag was het laatste volle programmadag. Er was keuze uit masterclasses, excursies en Q&A’s. Ik had me ingeschreven voor de Masterclass van Studio Louter over hun methode Emotion Design. Deze masterclass was aan de hand van de vaste tentoonstelling van het Nationaal Holocaust Museum gedaan, waar Studio Louter aan mee heeft gewerkt. Eigenlijk wilde de docent samen de tentoonstelling bezoeken, maar helaas waren de tijdssloten voor scholen al vol voor vandaag. Daarom hadden we als huiswerk de opdracht gekregen om zelf van tevoren de tentoonstelling te bezoeken. Dat heb ik afgelopen zondag met Sofie gedaan.

De ochtend van de masterclass bestond uit het bespreken en analyseren van de tentoonstelling. Dit was de voorbereiding op de middag. Bij een tentoonstellingsanaylse kijk je naar hoe een tentoonstelling tot stand is gekomen door naar de verschillende elementen te kijken; de inhoud, de doelgroep, de structuur, de vormgeving, de overdrachtsmiddelen, behoud & beheer, en algemene vragen.

Behalve de tentoonstellingsanaylse hebben we het ook gehad waarom er sinds maart 2024 pas een nationaal museum over de holocaust is gekomen. En we hebben andere oorlogsmusea en monumenten besproken. Ook hebben we het gehad over wat de missie/ boodschap is van het Nationaal Holocaust Museum. Wij kwamen erop uit dat het hermenselijken van de slachtoffers van de holocaust het belangrijkste is. Vaak krijg je statistieken of abstracte kunst te zien om de massaliteit te zien van wat er tijdens de holocaust is gebeurd. Maar dat houdt het onpersoonlijk. Door individuele persoonlijke verhalen te vertellen krijgen de slachtoffers een naam en gezicht. Ook vonden wij dat de tentoonstelling meer een ode aan hun levens is dan het herdenken van hun dood. Want de slachtoffers waren ook gewone mensen met een dagelijks leven. Iets anders dat ons op viel in vergelijking met andere holocaust museums is dat het museum in Amsterdam heel licht is, waar de andere musea vaak donker zijn om de dood en rouw te benadrukken. Onze docent vertelde dat ervoor gekozen is om licht en daglicht te gebruiken in de tentoonstelling, omdat de misdaden van de holocaust ook in daglicht zijn gebeurd.

In de middag was de daadwerkelijke masterclass van een medewerker van de content design studio Studio Louter. Sarah van Kerkvoord, één van de content designers heeft ons meer vertelt over hun studio, wat ze doen en hoe zij te werk gaan met een door hun zelf ontwikkelde methode; emotion design. Ook heeft ze hun project met het Nationaal Holocaust Museum verder toegelicht.

Aan het einde van de middag hebben we hun methodes toegepast. De casus was dat de school directie voor het 50 jaar bestaan van de Reinwardt Academie in 2026 een tentoonstelling of een belevenis wilt maken. Per groepje moesten 2 mensen de rol van de directie en opdrachtgever aannemen en 3 mensen de rol van medewerker van Studio Louter. Als eerste ga je een ‘snelkookpan-sessie’ doen, hierbij haal je snel alle belangrijke informatie op bij de opdrachtgever door de 5 W’s te vragen (wie/ wat/ waar/ waarom/ wanneer). Daarna pas je de Emotion Design-methode toe, waarbij de opdrachtgever wordt gevraagd: “welke feiten wil je overbrengen? welke emotionele ervaring geven? en wat betekent dat voor de bezoeker?”. Daarna wordt er pas gekeken naar hoe je het gaat uitvoeren en vormgeven.

Ik vond het wel leuk omdat te doen, omdat je door de juiste vragen te stellen al snel het concept en de voorkeur van de instelling kan achterhalen. Ook deze we dit in gehusselde groepje, waardoor je met andere mensen samenwerkt en nieuwe ideeën en inzichten krijgt. Ons begin concept aan het einde van de masterclass was: 50 jaar Reinwardt, 50 jaar studenten! vier met ons mee in deze tentoonstelling dat de Reinwardt Academie 50 jaar bestaat!

Bron: Studio Louter

Vandaag is het alweer de laatste dag van het Erfgoedfestival. Maar dat betekent niet dat het vandaag geen drukke dag was. In de ochtend waren de laatste masterclasses. Deze week staat voor mij, onbedoeld, in teken van de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen. Zo had ik me ingeschreven voor de masterclass Open de oorlogsarchieven! Hierbij kwam dokter Raymund Schütz ons vertellen over het gedoe rondom het digitaal openbaar maken van het Centraal Archief Bijzondere Rechtpleging (CABR), ook wel bekend onder de naam het ‘collaboratiearchief’. Op 1 januari zou dat archief digitaal openbaar worden, maar van de Autoriteit Persoonsgegevens mocht dat niet.

We hebben het in de masterclass gehad over verschillende Nederlandse oorlogsarchieven, openbaarheid, wetgeving en de Nieuwe Archiefwet die er aan komt, en over trauma rondom oorlog en oorlogsarchieven. Ook hebben we een paar archiefstukken bestudeerd en besproken. Ik vond dit een heel leerzaam onderdeel, want naast informatie over dit onderwerp hebben we ook kennisgemaakt met wat het beroep van archivaris inhoudt.

Na de masterclasses was er een plenaire reflectiemoment. Dit was er om ons studenten op weg te helpen met onze eindopdracht. Over het erfgoedfestival moeten we een reflectie opdracht schrijven. De docenten hadden allemaal vragen bedacht waar we over na moesten denken. Eerst moesten we een beetje mediteren en daarna moesten we aan de slag met de vragen. De vragen gingen of wat je gedaan en geleerd hebt deze twee weken, wat dat voor je betekend, en wat je er mee gaat doen.

Als afsluiting van het erfgoedfestival was er ook een eindfeest. Naast de borrel waren er ook activeiten georganiseerd. Zo waren er pubquizen, een boekenmarkt met boeken die de academie bibliotheek niet meer in hun collectie wilt hebben, je kon naar een Kunst & Kitsch ding waar twee docenten je object kritisch bekeken, ook was er een DJ sessie dat door één van de docenten werd gedaan. Ook was er een freeshop/ weggeefwinkel, iedereen mocht spullen meenemen en mocht je dan gratis spullen meenemen van anderen. En dat was een succes. Ik ben thuis gekomen met vijf boeken van de bibliotheek, een stuiterbal, een oorbel en een button. En alle spullen die ik gedoneerd had zijn meegenomen door andere studenten. Ik vond het wel gezellig, ook al heb ik vooral in de tuin met vrienden en klasgenoten gekletst.


Vrijdag heb ik nog een beetje aan school gewerkt. Want ik heb volgende week nog twee deadlines en het programma van het volgende en tevens laatste vak is online gekomen.

Zaterdag heb ik vooral ontspannen. En ik heb in Amsterdam het servies opgehaald van de workshop van vorig weekend bij Blond Amsterdam.

En zondag was het alweer Pasen! Dit heb ik met de familie gevierd. We zijn met de hele familie van der Werf naar een hotel geweest voor een paasbrunch. Dat was erg gezellig!

Ik had wel mijn laptop mee in de auto om aan mijn opdrachten te werken. Maar ik heb ook een tijdje in de tuin kunnen werken. En dat was het alweer voor deze week. Weer heel erg bedankt voor het lezen en tot de volgende week!

3 gedachten over “Week 32

  1. Opa Joop zegt:

    Poeh, poeh Kez, dat was alweer een heel verhaal. Jij bent in je jonge leven al in meer musea geweest dan je opa in zijn hele leven. Een paar weken geleden heb ik op de TV een documentaire gezien over het verstoppen van de nachtwacht gedurende WOII in de mergelgrotten in Limburg. Dat was erg interessant. Ik dacht dat die docu werd gepresenteerd door Maarten van Rossem.
    Ik kijk al uit naar jouw volgende verhaal.

  2. Elma Haas zegt:

    Ben blij met de kijkjes achter de schermen van jouw erfgoed.Volg je verhalen met plezier. Ben op het ogenblik zelf bezig met een cursus “erfgoed” hotels die ook nationaal en interNationale erfgoed zijn. Nederland en andere landen houden dit erfgoed zo goed mogelijk in stand en soms zijn ze te laat. Dan is de buitenkant wel goed bewaard gebleven en is de binnenkant aangepast aan het comfort en de kwaliteit van leven nu. Dat is soms jammer. Je leert zo wel je land kennen.
    Wet en regelgeving zijn een vereiste en het is goed dat mensen er voor opgeleid zijn om de kwaliteiten te bewaken. Ben blij dat jij daar ook mee bezig bent.

    1. Kez vd werf zegt:

      Wat interessant om onroerend erfgoed te bekijken met als voorbeeld hotels! Op de academie hebben we het vooral over woningen en herbestemde kerken en fabriekshallen gehad

Reacties zijn gesloten.