Maandagochtend waren de lessen van Preventieve Conservering. Het hoorcollege ging over samenwerken en communiceren als collectiemanager bij het maken van een tentoonstelling. Hierbij moet je dan denken vanuit het belang van de objecten i.p.v. hoe bijvoorbeeld een tentoonstelling esthetisch eruit ziet en welke keuzes je dan neemt. Bij de werksessie hebben we het gehad over het hanteren van objecten: welke stappen en veiligheidmaatregelen neem je als een object verplaatst wordt, en wat doe je als je object gevaarlijke stoffen bevat?
Verder hebben we het gehad over het Bron-Pad-Effect. Dit is een soort oorzaak en gevolg uitleg wat er kan gebeuren bij een schadefactor, wat een risico kan zijn. Gebaseerd hierop kan je weer maatregelen nemen. Een voorbeeld is:
- Bron: de zon
- Pad: de zon schijnt overdag licht door het raam, wat door de vitrine gaat, wat dan op het papier schijnt.
- Effect: het papier kan door de blootstelling aan het licht gaan verkleuren en geel worden.
- Maatregel: een maatregel zou het plaatsen van UV-filters op de ramen/ vitrine zijn of luiken voor de ramen plaatsen.
In de middag gingen de lessen over tentoonstellen. Deze week staat het verhaal van de tentoonstelling centraal: want wat is de kernboodschap van de tentoonstelling? Hoe bouw je de tentoonstelling op rond die boodschap? Wie vertelt het verhaal? Waarom vertel je eigenlijk dit verhaal? Over die vragen hebben we het gehad. De kernboodschap van het verhaal wordt ook wel ’the Big Idea‘ (het grote idee) genoemd.
In de werksessie hebben we het gehad over Placemaking (mensen enthousiast maken over een locatie en de sfeer laten proeven), hebben we zelf een Big Idea bedacht voor een hypothetische tentoonstelling over de Olympische Spelen en hebben we een tentoonstelling geanalyseerd rondom het verhaal.
Dinsdag heeft maar twee lessen. Eerst had ik weer een werksessie bronanalyse waar we twee teksten hebben besproken en verder met the Big Idea en het Bron-Pad-Effect hebben geoefend.
In de middag was er weer een les van PPO. Hier hebben we het gehad over de feedback die we hebben verzameld over hoe het voor studiegenoten was om met jou in het eerste jaar samen te werken. En we moesten ter voorbereiding van de les een beeldcollage maken over je persoonlijke kwaliteiten. Hiervoor heb ik een collage gemaakt met zelf gemaakte illustraties.

Verder heb ik deze dinsdag weer bij de studiebegeleiding gewerkt. En ik heb persoonlijk kennis gemaakt met mijn nieuwe mentor van dit jaar; Mirjam!
Woensdag was weer een dag met studiebezoeken. Ik was ingedeeld voor de laatste tijdsloten om de musea te bezoeken, daarom heb ik in de ochtend nog wat werk gedaan op school.
Het eerste studiebezoek was aan het Verzetsmuseum in Amsterdam (die zit tegenover Artis). Daar hebben we de kindertentoonstelling Verzetsmuseum Junior bezocht. Het gaat over de Tweede Wereldoorlog, maar het wordt door de ogen van vier verschillende kinderen vertelt. En het tweede studiebezoek was aan het Scheepvaartmuseum, ook in Amsterdam. Daar hebben we de tentoonstelling Schaduwen op de Atlantische Oceaan bezocht.
Bij beide tentoonstellingen hadden we dezelfde opdrachten: om zo wel te kijken als tentoonstellingsmaker en als collectiemanager. Dit keer met betrekking tot het verhaal van de tentoonstelling en om te oefenen met de bron-pad-effect methode. Ik vond het wel fijn om in de tentoonstelling op zoek te gaan naar de dingen die we de afgelopen week hebben besproken. Het nabespreken op locatie met de andere studenten is ook interessant want iedereen hun ogen vallen op andere details.
Op donderdag begonnen we met een college over het vertellen van verhalen met collectieobjecten. We hebben het gehad hoe een deel van de musea minder op objecten zijn gericht en meer op de bezoekersbeleving richtten, en hoe de denkwijzes over erfgoed dat heeft beïnvloeden. Verder hebben we het gehad over de kracht van objecten en wat het zien van authentieke objecten zintuigelijke en emotioneel met je kan doen. Als laatste hebben we het gehad over het presenteren van objecten.
Voor het college van Preventieve Conservering hebben we een introductie gekregen over klimaat en licht. Dit college ging heel snel, wat wel een beetje jammer is want dit is best een complex onderwerp. Het belangrijkste van het college ging over Relatieve Vochtigheid, Zichtbaar licht, Ultraviolet straling en Infrarood straling. We hebben het gehad over meetapparatuur, iets waarmee we in de werksessie mee verder zijn gegaan.

In de werksessie van tentoonstellen zijn we aan de slag gegaan met de orderingen van tentoonstellen en het gebruik van objecten. Voor de opdracht moest elk groepje een object van onder een doek pakken en een briefje pakken met daarop de ordening. En daarbij moest je online bij de Collectie Nederland vijf andere objecten zoeken om er een ’tentoonstelling’ van te maken. Ons groepje had de ordening geografisch en een plastic gebraden kip… ja wat moet je daarmee? Toen moesten van de docent nog een object en ordening kiezen. Toen hadden we thematisch en een namaak vogeltje, daar konden we wel wat mee. Eigenlijk moesten we twee tentoonstellingen maken, maar omdat wij er maar niet uit kwamen hebben we het gecombineerd tot een tentoonstelling over “Gevogeld kinderspeelgoed van Nederlandse Kinderen”. Misschien een beetje ver gezocht, maar wel concreet.
Voor de laatste werksessie zijn we met meetapparatuur aan de slag gegaan. Maar eerst hadden we een wat rustigere uitleg met betrekking tot licht in musea. Je moet namelijk met verschillende dingen rekening houden; waar komt het licht vandaan? welke barrières zijn er al? welke verstoorders zijn er? wat kan licht voorkomen? hoe kwetsbaar is het object en wat is de toestand ervan?
Na de uitleg zijn we aan de slag gegaan met het milieu meetinstrument; de ELSEC. Dit apparaat kan relatieve luchtvochtigheid, temperatuur, zichtbaar licht (lux) en UV-straling (μW/lm). Voor de opdracht moesten we voor een object het pad van het licht op verschillende plekken in en buiten de ruimte meten. Hiermee kan je vergelijken wat sommige barrières al tegenhouden en waarvoor je maatregelen kan nemen.
Ik vond het superleuk om dit te doen. Dit soort praktische meetopdrachten vond ik op de middelbare school ook leuk om te doen.

Voor de vrijdag had ik geen les, maar ik ben toch naar Amsterdam geweest. Eerst heb ik me op school ingelezen over het Wereldmuseum Amsterdam en de tentoonstelling Onze Koloniale Erfenis. Voor de toets moeten we zelfstandig de tentoonstelling bezoek en analyseren. Ik heb me vooral ingelezen op de ontstaansgeschiedenis van de collectie, het gebouw van het Tropenmuseum (de oude naam van Wereldmuseum Amsterdam), en heb ik de informatie van de tentoonstelling doorgenomen.
In de middag was ik van plan om naar het Wereldmuseum te gaan, maar ik was mijn portemonnee vergeten, waardoor ik geen toegang tot het museum zou krijgen. Daarom ben ik nog een paar uurtjes op de academie gebleven om wat leeswerk en een opdracht te maken.
Zondag had ik de tijd om alsnog naar het museum te gaan. Ik heb de tijd genomen om rustig de nog best grootte tentoonstelling te bezoeken en al een paar details voor mijn analyse te onderzoeken. Zo heb ik uitgebreid een hoekje met de brandslang, brandblusser, brandalarm en ontruimingsplan bekeken. En ik heb naar vitrines gekeken, de kleuren van de zalen en naar tekstbordjes. Ik ben van plan in de komende twee weken nog twee keer naar de tentoonstelling te gaan om het verder te analyseren. Voor mij is het makkelijker om de tentoonstelling eerst te bezoeken en het te laten bezinken voordat ik het in detail ga analyseren. Dan gaan er voor mij meer details opvallen en ben ik minder afgeleid om de tentoonstelling te bekijken.



En dat was het verslag van deze week. Tot volgende week!
