Week 1

Deze week zijn we begonnen met de inhoud van het eerste vak: Tentoonstellen en Preventieve Conservering. We begonnen met een kick-off met praktische informatie over het vak, zoals informatie over de toets.

Daarna hadden we ons eerste hoorcollege met een inleiding van collectiemanagement. Collectiemanagement = het toegankelijk, beheersbaar en duurzaam opslaan van collecties zodat risico’s op schade en/of verlies ervan wordt geminimaliseerd.
We hebben vooral het Framework for Preserving Heritage Collections besproken, wat een internationaal gehanteerd model is voor het bepalen van risico’s rondom roerend erfgoed. Het bestaat uit 10 schadefactoren, 5 manieren van controle, de 3 locaties waarin een object zich kan vinden, 3 processen en 7 schillen die zich rondom het object kunnen bevinden. Hiermee kun je het risico bepalen en welke acties en maatregelen die je kan treffen.

Hier was een bij behorende werksessie waarbij we al een beetje hebben geoefend met de 10 schadefactoren. We kregen per groepje een schadefactor aangewezen, en gebaseerd daarop moesten we beargumenteren welk van de vijf objecten het meeste risico liep en welke het minst. Zo loopt bij ongedierte een houten lepel of wollen tapijt meer risico dan een glazen vaas.

Het tweede hoorcollege ging over tentoonstellen, voornamelijk met betrekking met ruimte, maar ook over tentoonstellen als een medium (communicatiemiddel). We hebben het onder andere over gehad hoe de bestaande ruimte van het gebouw een tentoonstelling kan bepalen.

In de laatste werksessie van de dag hebben we al een beetje geoefend met tentoonstellen. Eerst liepen we de ruimte binnen en daar stond een poort. Maar loop jij dan door de poort naar binnen, of loop je er omheen? Bezoekers nemen niet altijd de route die jij als tentoonstellingsmaker hebt bedacht. Achter de poort, in het midden van het lokaal stond een zuil met een telefoon daarop.
Wat vinden wij er van? Is dat een tentoonstelling? Of is dat gewoon hoe die telefoon daar staat? Wij vonden het een beetje saai en simpel, er moest iets bij. Dus we hebben de ruimte aangepast; eerst een spotje erboven aangezet, maar dat gaf weinig effect. Toen kwam de docent aanzetten met een spotlicht met een oranje filter. Dat begon al wat meer sfeer te geven. Maar er kon nog iets bij. We vonden in het lokaal een deken met een tijgerprint, en een draad waar mee we de hoorn op konden hangen aan het plafond. En dan heb je op eens een gestijlde telefoon die gepresenteerd wordt!
Het doel van deze les was om ons te activeren om naar tentoonstellingen te kijken, want niks is daar onbedoeld. We moeten nadenken: “wat is er/ wat zien we?” en “waarom is dat zo?” en “welk effect heeft dat?”.

Dinsdagochtend was voor zelfstudie. Omdat de lokale bibliotheek wordt verbouwd ben ik in de ochtend naar school gegaan om daar mijn leeswerk en eerste opdrachten te maken.

Dinsdagmiddag had ik de eerste les van het onderwijseenheid Persoonlijke Professionele Ontwikkeling, afgekort PPO. Dit vak heb je in alle studiejaren, en dit jaar staat het volgende centraal: Jezelf laten groeien, jezelf begrijpen en weten wat je later wilt worden.
De les begon leuk. We moesten zelf bedenken hoe we de klas wilde inrichten, wetende dat we een soort klasbespreking gingen doen over samenwerkingen in jaar 1. We hebben de tafels in een abstracte cirkel (meer een rechthoek) gezet en we hadden bepaald dat onze docent op een bureaustoel in het midden moest zitten en rondjes moest maken om zo iedereen te kunnen spreken. Uiteindelijk werkte dat best goed. En we hebben een goed gesprek gehad over hoe afgelopen samenwerkingen gingen en wat we daaruit meenemen.

De andere les van de dinsdagmiddag viel wat tegen. Dat kwam vooral omdat de verwachtingen van de docent en die van de studenten niet overeen kwamen. Kort gezegd mocht ik na totaal drie uur aan begrijpend lezen (iets wat voor mij persoonlijk soms best lastig is) / tekstanalyses niet bij de bespreking van de teksten zijn. (En daar was ik een beetje teleurgesteld over. Ik had namelijk wel mijn best gedaan, maar nog niet alle vragen beantwoord.). Inmiddels is dit met andere docenten besproken en gaan ze kijken hoe ze deze les volgende week kunnen verbeteren.


Woensdag was het tijd voor onze eerste studiebezoeken. En ja, dat lees je goed: meervoud! Want we gaan de komende woensdagen twee studiebezoeken per dag afleggen. We begonnen in het Rijksmuseum in Amsterdam.

De opdracht was om met groepjes door het Rijksmuseum te lopen en daar te kijken welke maatregelen er genomen zijn met betrekking tot de 10 schadefactoren en de 6 schillen. Dingen die ons opgevallen waren zijn bijvoorbeeld de beveiligingcamera’s, bewegingssensoren, brandblussers en -haspels, onderdelen van het luchtbehandelingssysteem en andere onderdelen van het klimaatsysteem, extra glasplaten voor ramen en de steuntjes waarop objecten gestabiliseerd staan. Het is wel een aparte ervaring om over de Eregalerij te lopen en niet naar de kunst te kijken, maar naar alle techniek.

Als extra opdracht hadden we de vraag om te kijken hoe de architectuur van het gebouw de tentoonstellingen beïnvloeden, en wat dat kan doen voor de bezoekersbeleving. Maar hier hebben we het niet uitgebreid over gehad.

De tweede excursie van de dag was naar het Stadsarchief van Amsterdam! En daar kregen we een heel programma. Eerst kregen we een presentatie over het archief zelf en daarna kregen we van één van de tentoonstellingsmakers wat toelichting over de Ajax-expositie; één club, één stad. En voor mijn geliefde Rotterdamse lezers, nee het gaat niet over hoe geweldig de spelers zijn en de prestaties van de club. De expositie ging vooral over de geschiedenis van de club en de rol in de maatschappij. Maar de les ging vooral over hoe de tentoonstelling tot stand is gekomen en hoe ze het archief hebben benuttigd.

Na de presentatie mochten we naar een andere tentoonstelling, in de Schatkamer, wat de oude kluis is van het bankgebouw waar het Stadsarchief in is gevestigd. Hier was vooral de geschiedenis van de stad te zien in foto’s, en was er een kleine tentoonstelling dat een ode aan de Aziatische vrouwen is.

Als laatste zijn we door sporthistoricus Jurryt van de Vooren, die ook aan de tentoonstelling heeft mee gewerkt, in de tentoonstelling rondgeleid. Hij heeft ons wat meer vertelt over de inhoud van de tentoonstelling, maar ook over dingen die niet in de tentoonstelling zijn gekomen.
Zelf heb ik niet zo veel met sport, maar toch vond ik het een best leuke tentoonstelling. Vooral omdat de focus lag op de maatschappelijke verhalen rondom voetbal.
De tentoonstelling Eén Club, Eén Stad is gratis te zien tot en met 28 september 2025

Donderdag was weer een lesdag op de academie. We hadden eerst een hoorcollege Preventieve Conservering, waarin we het onder andere hebben gehad wat het verschil is tussen restoratie, actieve conservering en preventieve conservering. Ook zijn we verder op het Framework ingegaan. Bij de bijbehorende werksessie hebben we het gehad over het analyseren van risico’s en het nemen van maatregelen gehad. Dit hebben we gedaan aan de hand van voorbeelden; we werden per groepje naar een object in of buiten de academie gestuurd om die kort te analyseren.

Het tweede hoorcollege was een geschiedenis les over de tentoonstellingsruimtes van het Rijksmuseum en Stedelijk Museum in Amsterdam. Het ging over de totstandkoming van de musea, over de architectuur van de gebouwen en bouwstijlen, over de effecten van het decor en decoraties in tentoonstellingsruimtes, en over de verschillen tussen de musea. Zo gebruikt het Stedelijk het White Cube concept; de tentoonstellingsruimtes zijn wit en de kunstwerken moeten voor zichzelf spreken. En het Rijksmuseum is daar juist van teruggekomen, en met de meeste recente renovatie zijn de witte lagen verf weggehaald en is een deel van de decoraties teruggebracht.

In de laatste werksessie zijn we verder gegaan over tentoonstellingsruimtes en zijn we teruggekomen op het tweede vak van jaar één; Erfgoedbeleving. We hebben nagedacht over bezoekersbeloftes en bezoekerservaringen. Als opdracht zijn we naar het Holocaust Namenmonument gelopen en kregen we de opdracht om te analyseren wat de architectuur van het monument met je emoties doet, en dat vergelijken met het plaquette dat op de academie hangt in herdenking van de Joodse leerkrachten en leerlingen die ooit in hetzelfde schoolgebouw les kregen en omgekomen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In de avond was ik naar de Launch Party van het recent opgerichte AHKSI; een studenten initiatief voor alle studenten van alle opleidingen bij de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het doel is om studenten van de verschillende opleidingen en scholen met elkaar in verbinding te zetten. Voor de Launch Party was er een oproep gedaan met de vraag of er studenten hun kunst wilde tentoonstellen. Hiermee had ik de kans om voor het eerst mijn eigen kunst te exposeren!!!
De Launch Party was erg leuk; er was live muziek, een bar met bier van een brouwerij om de hoek, een hoek met spelletjes en tekenspullen, een pubquiz (wij zijn tweede geworden), en de expositie natuurlijk. En er waren best veel mensen, van eerstejaarsstudenten van de Breitner Academie (kunstdocenten opleiding) tot masterstudenten van de Academie van Bouwkunsten. Gelukkig waren er ook wat mensen van mijn eigen opleiding. Ik vond het een geslaagde avond!

Vrijdag was een thuisstudeerdag, en die was niet zo spannend. En daar mee komt de eerste lesweek van jaar twee tot een einde. Tot volgende week!

3 gedachten over “Week 1

  1. Opa Joop zegt:

    Hallo Kez, ik ben blij dat je weer verhalen schrijft. Dan heb ik weer iets om naar uit te kijken. Het verhaal over veiligheid en het beperken van de kans op verlies en dergelijke sprak mij zeer aan, ook het bezoek aan het gemeente archief. groetjes vanuit Maasdam

  2. Elma Haas zegt:

    Nou dat is een vliegende start met veel bagage aan boord. Hoop je te kunnen volgen hoop niet dat je door de geluidsbarrière gaat of misschien wel🥴fijndit weer gelezen te hebben!

Reacties zijn gesloten.