Deze week was alweer de tweede week van onderwijseenheid 15
Maandag begon met een college van Marketing & Communicatie op de academie. We hebben de begrippen van vorige week herhaald, de begrippen van deze week doorgenomen, de huiswerkvragen besproken en we zijn begonnen aan een kleine presentatie. In de presentatie moet je een communicatie-uiting van een erfgoedinstelling analyseren. Dit kan een poster, een flyer, een post op een sociale media platform, een nieuwsbrief, etc. zijn. In de analyse pas je verschillende marketing begrippen toe.
Het hoogtepunt van het college vond ik toen iemand bellenblaas in de pauze aan het blazen was.
Tijdens deze onderwijseenheid is er veel tijd voor zelfstudie en zijn er maar een paar lessen. Daarom was dinsdag weer een thuisstudeer dag. In de middag ben in naar de bieb geweest in het dorp om daar te werken.
In de middag kwam iemand die ik ken uit het dorp naar mij toe om te vragen wat ik aan het doen was. Ik heb aan haar uitgelegd dat ik voor mijn opleiding bezig was met huiswerk van Participatie. En dat ging vooral over het betrekken van gemeenschappen en het openstellen van musea en bibliotheken (de theorie ging vooral over instellingen in de Verenigde Staten). We hebben een gesprek gehouden over de maatschappelijke functie en de drempels die er kunnen zvoor het bezoeken van een museum of (openbare) bibliotheek.
Dezelfde dag had ik nog een voorbeeld gezien: Er kwamen twee oudere mannen de bibliotheek binnen en gingen aan de tafel naast de tafel waar ik aan het werk was zitten. Meneer A vertelde aan meneer B dat je gewoon de bibliotheek binnen kan lopen en er mag zitten. Je kan uit verschillende kranten kiezen om te lezen, en dat is gratis. Ook kan je een kopje koffie of thee pakken (helaas wel betaald, maar wel voor een schappelijk bedrag) uit de automaat. Meneer B wist niet dat dat kon en er ging duidelijk een stukje wereld voor hem open. Na een uurtje lezen en babbelen gingen de heren weer weg.
Zelf ben ik opgegroeit met het bezoeken van de bibliotheek (en musea), vaak met mijn moeder, maar ook wel met mijn grootouders. Vanuit de middelbare school hadden we een eigen mediatheek in het schoolgebouw, maar werd er ook gezegd dat we naar de bibliotheek konden. En tot 18 jaar kon je gratis een abonnement nemen. Maar toen ik 18 was moest ik op eens gaan betalen. En er werd gezegd dat het per jaar € 70,00 zou kosten, en dat is dan een enorm verschil. (Er was ons niet verteld dat er ook andere abonementen waren die goedkoper zijn). Daarom ben ik een tijdje niet bij de bieb geweest. In 2025 ben ik vanwege mijn studie wel eens naar de bibliotheek geweest om daar te studeren, maar niet om te lenen. Eind 2025 zag ik in de bus een reclame dat jongeren tot 26 jaar nu ook een gratis optie hebben. En daar ben ik blij mee. Nu kan ik als ik het wil makkelijk een boek lenen.
Drempels zoals bekend zijn met een instelling en financiële toegankelijkheid beïnvloeden dat mensen je instelling gebruiken.
Woensdag ging de les over wat participatie is en waarom participatie wordt gedaan. Zoals ik vorige week al had vertelt, participatie is een breed begrip en daarom moeten we zelf een definitie geven aan wat participatie voor ons betekend en wat participatie is in de context van het project van de volgende onderwijseenheid. Eén definitie uit ons hoofd leren heeft geen zin, omdat het een dynamisch begrip is, net zoals erfgoed ook dynamisch kan zijn.
Participatie in het erfgoedveld zou je kunnen duiden als zeggenschap ;aten bij de betrokken erfgoedgemeenschappen en/of het bewust betrekken van diverse 'groepen'bij het bepalen, beheren, (ont)zamelen, interpreteren en presenteren van erfgoed, doorgeven, etc. op een manire die hun kennis, ervaringen en belangen serieus neemt; waarbij we werken op basis van gelijkwaardigheid.
De rest van de les op woensdag ging over de waarom. Naast redenen zoals verschillende internationale verdragen hebben we er in het college gezamelijk over nagedacht. Dat hebben we gedaan om onze reden op te schrijven op een briefje en die door te geven aan iemand anders. Met het briefje van een ander moest je daar ook weer op vragen, waarom die reden zo is. We hebben ook twee rondes hard op nagedacht over ‘waarom participeren?’. In de tweede ronde kwamen we uit op een maatschappij waar iedereen gelijkwaardig is en vrede op aarde.
Hieronder staat wat ik had opgeschreven. Dit verwijst ook naar het Verdrag van Faro (2005) (ondertekent door Nederland in 2024), een verdrag die veel wordt benoemd in de lessen. Eén van de uitgangspunten is dat ieder mens recht heeft op cultureel erfgoed. En dat je als burger/ niet erfgoedwerker zelf mee kan beslissen wat jouw erfgoed is.
Waarom participeren?
Omdat iedereen mee moet kunnen bepalen wat hun erfgoed is. Erfgoed is van ons allemaal en hoort nier door een paar mensen bepaald te worden.
In de middag hadden we de opdracht om als werkgroep een video van een minuut te maken waarin wordt participatie is (volgens ons groepje). Na een brainstorm hebben we besloten om een animatie te maken. Het is eerder een soort strip geworden, maar ik vond het leuk om te maken.

Donderdag ochtend heb ik thuis een opdracht van PPO gemaakt. In de middag was er weer les van participatie. De les ging over representatie en hoe je omgaat met participanten/ samenwerkingspartners. Maar dat hebben we niet gedaan aan de hand van een college met een powerpoint, maar door het zelf te ervaren.
Woensdag had de docent, Mirjam, gezegd dat iedereen een erfgoedobject mee moest nemen omdat we vandaag een pop-up expo gingen maken met de titel ‘Dit zijn wij’, dat over de studenten van jaar twee gaat. Maar met het opzetten van deze expo liepen we tegen allemaal problemen aan:
- Er waren mensen afwezig
- Er waren mensen die geen object mee hadden; omdat ze het niet wisten, omdat ze het vergeten waren & omdat iemand er geen zin in had
- Alleen mensen die in de randstad wonen mochten meedoen
- Objecten van papier mochten niet meedoen, omdat dat te kwetsbaar was
- Er mocht op een gegeven moment geen sierraden meedoen, want daar hadden ze al genoeg van hadden
- Nadat de expo waren gemaakt mochten sommige studenten als nog eme doen, maar daar was geen behoefte mee voor.
Deze pop-up expo heeft ons laten ervaren waar participatie trajecten fout kunnen gaan. Vanaf de eerste stap van mensen informeren en contact leggen tot wat de inhoud is van het eindproduct. Je kan een gemeenschap/ samenwerkingspartner hiermee kwetsen en laten voelen dat ze uitgebuid zijn. Daarnaast had Mirjam dit zo gestuurd dat wij, de studenten, geen ruimte hadden om de situatie bij te sturen zodat wij onszelf wel gerepresenteerd voelen met deze expo.
Vrijdag was weer een thuis studeer dag. In de ochtend hadden we weer een webinar van Lerend Netwerk Co-waarderen. Deze week was de casus ‘De collectie van dak- en thuisloze Fred‘ van het Nederlands Openluchtmuseum. Het gesprek ging over hoe de collectie, bestaande uit Fred zijn levensverhaal en zijn bezittingen, participatief zijn verworven. Het was een interessante casus, maar het zorgde wel tot veel discussie. Want vooral de aanpak van het project en de behandeling van Fred krijg ik en aantal medestudenten jeuk. Dit had volgens ons wel anders aangepakt kunnen worden.
Zondag ben ik met mijn moeder naar Rotterdam geweest. In de ochtend zijn we naar de Kunsthal geweest om de tentoonstelling Iris van Herpen | Sculpting the Senses te bezoeken. We hadden het eerste tijdslot geboekt en dat was een verstandige keuze, omdat het erg druk was. De tentoonstelling was indrukwekkend. Er waren heel veel mooie creaties te zien van Iris van Herpen, van verschillende collecties. Ik vond het heel leuk om te zien hoe de natuur van Herpen heeft geïnspireerd. In de ruimte ‘atelier’ mocht je verschillende materialen aanraken, kon je materialen van dichtbij bekijken, heel dichtbij want er waren vier microscopen, en uitprobeersels zien. Het was alsof je in het hoofd van van Herpen stapte. Van Herpen gebruikt in haar creaties veel nieuwe technieken, en voor één jurk zijn er bioluminescente algen gekweekt om een jurk te vormen. Deze levende jurk van algen was in een speciale vitrine te zien.







Na een lunch in de Kunsthal hebben we onze tekenspullen uit de auto gehaald en zijn we de meet up geweest van de Urban Sketch* groep van Rotterdam. Deze samenkomst werd vandaag gehouden in het Erasmus MC. We hadden toestemming gekregen om in hal van het ziekhuis te tekenen. Er waren genoeg leuke hoekjes om te tekenen. Zo is er een binnentuin met enorme planten, indrukwekkende architectuur, meer planten, kunstwerken van sculpturen tot raamschilderingen, en een beeld van Olli de olifant! Ik vond het weer leuk om met mensen op pad te zijn en te tekenen. Iedereen werkt een tijdje in hun eigen bubbel en aan het einde van de middag komen we samen om ons werk aan elkaar te laten zien. Ook al ben je op dezelfde plek, iedereen maakt iets anders.
Wat is urban sketching?
Urban sketching is het tekenen op locatie, waarbij je jouw directe omgeving vastlegt – steden, dorpen, mensen, gebouwen, straten, landschappen en dagelijkse scènes. Alles wat je ziet, kun je tekenen. Het gaat niet om een perfecte tekening, maar om het moment en het vastleggen van de wereld om je heen.
- Urban Sketchers Nederland

Kez,
Dit was wel een heeeeeel erg mooie week zeg! Ik vind het leuk dat jij jouw moeder zo fijn bezig houdt. Ze heeft geen tijd om zich te vervelen!